In gesprek met sportverenigingen

Alle West-Friese burgemeesters en wethouders voeren gesprekken met sportverenigingen in hun gemeente. In een aantal gemeenten is dat al gebeurd. Doel van de gesprekken is erachter te komen hoe de clubs aankijken tegen het alcoholgebruik onder jongeren, hoe zij kunnen bijdragen aan een oplossing en hoe kan worden samengewerkt.
 
In Hoorn was een flinke opkomst van de sportclubs. Van de kant van de gemeente waren burgemeester Van Veldhuizen en de wethouders Van Weel en Witteveen aanwezig.
Over de hele linie blijken de verenigingen zich wel degelijk verantwoordelijk te voelen voor de jeugd, maar er liggen ook nog kansen om het drinken tegen te gaan. Er worden wel maatregelen getroffen, zoals niet drinken buiten de kantine en geen alcohol schenken aan jeugd onder de 16 jaar, maar de clubs gaan verschillend om met bijvoorbeeld de taptijden en het schenken aan begeleidende en wachtende ouders.

Een belangrijke vraag was: kunnen verenigingen de barinkomsten missen? Iedereen geeft toe dat de drank een belangrijke inkomstenbron is. Minder drank verkopen betekent minder in de kas. Tegelijk zeggen velen: we zijn niet afhankelijk van de drankopbrengsten. Inderdaad, de prijzen liggen lager dan in de kroeg, maar men denkt niet dat het verhogen van de prijzen leidt tot minder alcoholgebruik. ‘Drinken is bij ons bij uitstek een gezelligheidsfactor. Niemand drinkt om het drinken. De sociale controle is groot genoeg.’

De aanwezige sportvertegenwoordigers vonden dat het goed zou zijn gezamenlijk regels af te spreken, onder meer om de vrijwilliger achter de bar te ondersteunen als die nee moet verkopen.