Burgemeester Van Eijk van Medemblik in gesprek met sportclubs

Bij het terugdringen van het drinken door jongeren horen uniforme regels in West-Friesland en Schagen voor het schenken van alcohol in de kantines van sportverenigingen. Alle tien de burgemeesters van de gemeenten die samenwerken het project Jeugd, Alcohol en Drugs, gaan deze maanden het gesprek met ‘hun’ sportverenigingen aan. Dat deed ook burgemeester Theo van Eijk in zijn gemeente, Medemblik.
 
Het  openingsbetoog van Van Eijk om het drinken bij jongeren drastisch tegen te gaan, werd ondersteund  door het inmiddels bij velen bekende filmpje waarin kinderarts Arjen Verboom (Westfriesgasthuis) de schadelijke gevolgen van vroegtijdig alcoholgebruik laat zien. ‘Behalve dat drinken de hersenen beschadigt, speelt alcohol ook een rol bij agressie en geweld’, vertelde Theo van Eijk. ‘Vijfennegentig procent van het geweld en vandalisme in onze gemeente heeft met alcohol te maken.’
Om het waterbedeffect te voorkomen (‘als drinken hier niet kan, gaan we ergens naartoe waar het wel kan’) worden alle partijen zoveel mogelijk bij het probleem en de oplossingen betrokken, zo ook de sportverenigingen. De burgemeester deed een paar voorzetten: goed opgeleid barpersoneel, marktconforme prijzen, geen alcohol rond jeugdwedstrijden, handhaving van de wettelijke regels en kantines niet gebruiken voor zaken die niet met sport te maken hebben.

Geen rondje van de zaak
De aanwezige vertegenwoordigers van sportclubs gaven aan dat geen alcohol schenken aan jongeren onder de 16 jaar gebruikelijk is. Maar: bij twijfel over de leeftijd zou best strenger om een ID-bewijs gevraagd kunnen worden. De leeftijdsgrens van 16 jaar is dus breed geaccepteerd,  maar een grens van 23 jaar? ‘Niet te verkopen.’
Bijna alle verenigingen hebben een bestuursreglement, waarin veel goede zaken zijn opgenomen, zoals vastgelegde schenktijden, geen prijsacties (meter bier, rondje van de zaak) en barmedewerkers die geen alcohol mogen drinken. Dat laatste bleek niet helemaal lekker te zitten. Optreden tegen barmedewerkers die met mate meedrinken, is wel lastig. Men is zuinig op mensen die vrijwillige taken op zich nemen. Van Eijk was daar duidelijk over. ‘Je zit bij een sportvereniging als sporter, niet als iemand die vrijwilliger is omwille van het kunnen drinken.’ Tijdens de bijeenkomst werd gevraagd om een schenkcursus IVA voor de barvrijwilligers.

Politie moet komen
Tja, sport kan op zich zonder alcohol, maar bij gezelligheid en ontspanning hoort alcohol, zeker bij teamsporten. Dus via die omweg kom je er op uit dat drank er gewoon bij hoort. Tegelijk was men het eens: alcohol en jeugdsport horen uitdrukkelijk niet bij elkaar. Toch, als er op één dag jeugd- en seniorenwedstrijden zijn, blijkt het moeilijker om helemaal niet te schenken. .
Een knelpunt worden de jongeren tussen de 16 en 23 jaar genoemd. Over het algemeen vindt men dat begeleiders vanuit de verenigingen de instructie zouden moeten krijgen geen alcohol te geven na een gewonnen wedstrijd. Aan de andere kant worden die begeleiders geacht te werken aan teamgevoel en binding met de vereniging. Omdat veel jongeren tussen 16 en 23 jaar hun lidmaatschap opzeggen, moeten ze vastgehouden worden. Dat is moeilijk als ze de kans krijgen elders te drinken als ze in de kantine geen drank krijgen.
In Medemblik mag inmiddels niet meer in de openbare ruimte worden gedronken, maar de roep om goede handhaving is groot. ‘Er moet voldoende politie zijn, die ook komt als er gebeld wordt.’ Voor het toezicht door de verenigingen zelf op verantwoord alcoholgebruik is de overheid niet nodig, zo werd gesteld. 
De kantineomzet is nodig als bron van inkomsten, dat werd erkend. ‘De contributie is meestal net genoeg om de trainer te betalen.’ Een aantal aanwezigen gaf aan best hogere consumptieprijzen te willen hanteren. Omdat dat echter op weerstand zal stuiten, was de vraag aan de gemeente: ‘Leg het maar op.’ Tegen jong drinken zal het echter niet helpen, omdat bij de clubs de jongeren weinig drinken, was de opvatting.
De sportverenigingen hebben een hoge pet op van ‘hun’ jeugd. Hun suggestie dat de raddraaiers in de dorpen niet op een club zitten, werd door burgemeester Van Eijk met klem tegengesproken. ‘Ook jongeren van de clubs worden bij overlast gesignaleerd.’