Eerste effecten vervroegde toegangstijden in horeca zijn zichtbaar

Eerste effecten vervroegde toegangstijden in horeca zijn zichtbaar
Jongeren gaan eerder uit en komen iets eerder thuis; het nachtelijk stappen vermindert. Er is sprake van een lichte daling van het alcoholgebruik bij jongeren. Het aantal mensen dat positief staat tegenover de recente maatregel, is ruim twee keer zo groot als het aantal tegenstanders, ouders weten zich in hun opvoedende rol gesteund. De vervroegde toegangstijden leiden niet tot veelvuldig bezoek aan uitgaansgebieden zonder uiterste toegangstijd (zoals Alkmaar en Amsterdam). Wel zijn er in de regio horecabedrijven die door de veranderde toegangstijden hun klandizie zagen dalen, terwijl andere horecagelegenheden juist meer klanten trekken. Dit zijn belangrijke conclusies uit de effectmeting naar de vervroegde toegangstijden. De tijd zal uitwijzen of de geconstateerde verschuivingen zich zullen voortzetten. Onder de bevolking bestaat draagvlak om door te gaan met de vervroegde toegangstijd, bij de horeca minder.
 
De samenwerkende West-Friese gemeenten besloten met ingang van 1 januari 2010 de uiterste toegangstijden van de horeca aan te passen. Ook in de gemeenten Heerhugowaard en Schagen zijn vergelijkbare maatregelen genomen. Het vervroegen van de toegangstijd is een onderdeel van een breed pakket van maatregelen om het alcoholgebruik en daaraan gerelateerde overlast door jongeren in de leeftijd tot 23 jaar terug te dringen. De regels komen erop neer dat de horeca na de uiterste toegangstijd geen nieuwe bezoekers mag toelaten. In december 2009, voordat de vervroegde toegangstijd van kracht werd, is een 0-meting uitgevoerd. Het onderzoek is in december 2010 herhaald om op deze wijze de eerste effecten van de maatregel in beeld te brengen. De opdrachtgever van de effectmeting is het Programmabureau Integrale Veiligheid Noord-Holland Noord.

Ervaren overlast
Uit de rapportage blijkt nog geen aantoonbaar effect op de veiligheid van het uitgaan en de ervaren overlast. Die zijn namelijk gelijk gebleven in de gemeenten waar de uiterste toegangstijd van kracht werd. In de gemeenten waar de toegangstijd niet werd ingevoerd, is wel sprake van een vermindering van het aantal mensen dat overlast ervaart. Over de gehele politieregio Noord-Holland Noord is sprake van een trendmatige daling van het aantal uitgaansgerelateerde incidenten (overlast, vandalisme, bedreiging en geweldsincidenten). Deze trend doet zich zowel voor in gemeenten waar de toegangstijden zijn aangepast, als in gemeenten waar dit niet is gebeurd. De dalende trend geldt overigens ook voor incidenten die niet uitgaansgerelateerd zijn. Een relatie met de nieuwe maatregel ligt daarom niet voor de hand. Wel is er een verschil in de tijdstippen waarop de overlast en incidenten zich voordoen. Tussen middernacht en circa 2 uur ’s nachts is het rustiger dan voorheen, terwijl er rond de toegangstijden meer overlast is.
 
Jongeren meer bewust
De groep jongeren die zegt helemaal niets te drinken, is gegroeid (van 2 naar 7 procent). Het problematische indrinkgedrag (binge drinken) - het percentage jongeren dat bij binnenkomst al meer dan vijf glazen op heeft - is gedaald (26 naar 20 procent). In het controlegebied daalde dit eveneens, maar minder sterk (22 naar 19 procent). Opvallend verder is dat bij jongeren in de gemeenten waar een toegangstijd is ingevoerd, meer jongeren zelf de nadelige gevolgen ervaren van het uitgaan bij hun sociale activiteiten, zoals sport en familiebezoek. Omdat jongeren gemiddeld iets vroeger thuiskomen en de alcoholconsumptie eerder is gedaald dan gestegen, is het aannemelijk dat zij zich er meer bewust van zijn. Mogelijk dat door de effecten van de overige, overwegend preventieve, maatregelen en door de vele publiciteit over de gevaren van alcoholgebruik, een deel van de jongeren anders is gaan denken over het uitgaansgedrag. En zijn zij zich meer bewust geworden van de mogelijke negatieve gevolgen daarvan. En omdat ze eerder uitgaan, gaan ze ook eerder huiswaarts, waardoor jongeren minder tot in de kleine uurtjes op pad zijn.
 
Draagvlak bij bevolking
Een meerderheid van de inwoners van noordelijk Noord-Holland heeft geen problemen met regels voor een uiterst tijdstip waarop horecagelegenheden nog bezoekers mogen toelaten. Het aantal mensen dat positief staat tegenover de recente maatregel, is ruim twee keer zo groot als het aantal tegenstanders. Jongeren en frequente horecabezoekers zijn echter in meerderheid negatief. Er bestaat onder de meerderheid van de bevolking draagvlak voor een uiterste toegangstijd van 0 uur of 1 uur ’s nachts. Slechts een op de zes regiobewoners is er voor om de toegangstijden helemaal vrij te laten. Deze groep bestaat voor een belangrijk deel uit jongeren en frequente horecabezoekers.
 
Eindconclusie
De eindconclusie van de effectmeting is dat een jaar na de invoering van de maatregel in beperkte
mate effecten zichtbaar zijn. Duidelijk is dat het vervroegen van de toegangstijden van invloed is
geweest op het tijdstip van uitgaan. In iets mindere mate heeft het ook effect gehad op het moment van thuiskomst na het uitgaan.
 
Het is overigens de vraag of zo kort na de invoering al wel effecten van de maatregel verwacht mogen
worden. In de eerste plaats omdat in een aantal gemeenten de toegangstijden in de loop van het jaar zijn aangepast: de uiterste toegangstijd voor de Hoornse horeca is in juni verschoven van 12 uur naar 1 uur ’s nachts. Vervolgens is ook Heerhugowaard naar 01.00 uur gegaan, Schagen hanteerde in 2010 ook een tijd van 01.00 uur. De tijd zal moeten uitwijzen of de geconstateerde verschuivingen zich zullen doorzetten. Om daar zekerheid over te krijgen is blijvende monitoring in 2011 noodzakelijk. Op dit moment is er wat de bevolking betreft een vrij breed draagvlak voor het stellen van regels voor de uiterste toegangstijd in de horeca. De horeca is hierover meer verdeeld: ongeveer de helft van de ondernemers staat negatief tegenover de huidige regelgeving.

Het I&O rapport staat onder het kopje Feiten en cijfers > Onderzoeken