Minister Opstelten: ‘Fantastisch, ik zou willen dat het overal zo ging.’

Minister Opstelten: ‘Fantastisch, ik zou willen dat het overal zo ging.’
 
‘Fantastisch, ik zou willen dat het overal zo ging.’ Met deze woorden prees minister Ivo Opstelten de inspanningen van de 24 gemeenten in Noord-Holland Noord om het drank- en drugsgebruik onder de jeugd terug te dringen. De minister van Veiligheid en Justitie was in Hoorn, om in het Westfriesgasthuis de samenwerkingsovereenkomst Jeugd, Gezondheid en Veiligheid 2011-2012 te tekenen.
 

Daaraan namen vertegenwoordigers van de projecten 'West-Frisland' en van de Commissie Criminaliteitsbeheersing, Openbare Orde en Veiligheid in Noord-Holland Noord deel. De in 2007 overeengekomen en in 2009 voortgezette samenwerking tussen de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken en de gemeenten in West-Friesland krijgt met de ondertekening van het samenwerkingsovereenkomst 2011 een vervolg. De in West-Friesland opgedane ervaringen leren dat er sprake is van alcoholproblematiek én drugsproblematiek die, met inzet van ketenpartners, een geïntegreerde aanpak verlangen. In heel Noord-Holland Noord wordt dat herkend. Volgens afspraak is gestart met het uitdragen en verspreiden van de opgedane kennis en ervaring naar de andere gemeenten. Minister Opstelten ziet daarin aanleiding om de samenwerkingsafspraken voort te zetten met de hele veiligheidsregio.

Presentaties
Voorafgaand aan de ondertekening liet minister Opstelten zich via enkele presentaties op de hoogte stellen van ontwikkelingen rond alcoholgebruik door jongeren in de betreffende regio’s en van de inspanningen van de betrokken partijen om hier verbetering in aan te brengen.Jeroen Kreuger, bestuursvoorzitter van het Westfriesgasthuis, opende de bijeenkomst met een korte inleiding. Hij benadrukte de betrokkenheid van het ziekenhuis. ‘Wij zijn weliswaar geen partner, maar wel een partij in dit project’, aldus Kreuger. ‘En dat blijven we graag.’
Onno van Veldhuizen beschreef vervolgens in vogelvlucht het project Jeugd, Alcohol en Drugs ‘Westfrisland’ tot nu toe. Hij besprak de verontrustende cijfers over alcoholgebruik die de aanleiding vormden, en de gevolgde aanpak. ‘Wij zijn niet van het opgestoken vingertje’, benadrukte hij. ‘Het gaat erom mensen te overtuigen. Dat werkt het beste. Je bent er nu eenmaal niet altijd bij om te controleren. We hebben heel open gesprekken gevoerd met ouders en jongeren. Drinken blijkt een onderdeel van de cultuur. Ouders zijn tolerant over alcohol. Dat klinkt goed, maar als je de cijfers ziet, kun je je afvragen of dat wel zo goed is.’
Van Veldhuizen noemde als resultaten onder andere positieve cijfers over de naleving van het alcoholverkoopverbod aan jongeren onder de 16 door bijvoorbeeld supermarkten en sportkantines en over drinkgedrag van deze groep. Hij gaf echter ook aan dat in de leeftijdsgroep hierboven verbeteringen vooralsnog achterblijven. In de categorie aandachtspunten noemde de Hoornse burgemeester ook het doorschenken aan dronken klanten in horecagelegenheden als voorbeeld. Dit blijkt nog steeds structureel te gebeuren.

Ontzetting
Arjen Verboom, kinderarts en coördinator van de alcoholpoli van het Westfriesgasthuis, ging ook in op de rol van ouders. ‘Van de kinderen in groep 7 en 8 heeft een derde weleens alcohol gedronken’, vertelde Verboom. ‘Als ik bijeenkomsten op basisscholen bezoek en kinderen die weleens gedronken hebben vraag hun vinger op te steken, gaat er een golf van ontzetting door de ruimte als je ziet hoe veel dat er zijn. Je ziet de wanhoop bij de ouders.’
Verboom probeert de ouders van kinderen die bij hem op de alcoholpoli belanden bewust te maken van de ernst van de situatie. Uit de reacties die hij soms krijgt, blijkt dat er nog een hoop te winnen valt: ‘Ouders doen soms alsof hun kind slachtoffer is geworden van de alcoholpoli. Want de anderen hadden toch ook gedronken?’
De arts had in zijn betoog ook veel aandacht voor de desastreuze invloed van alcohol op de hersenen van kinderen. Hij illustreerde dit met beelden waarop het verschil in hersenactiviteit te zien was tussen twee 15-jarige jongens, van wie de een regelmatig drinkt en de ander niet drinkt. Verboom: ’Je ziet ook grote verschillen in schoolresultaten. Door de alcohol dreigt menselijk kapitaal verloren te gaan. Het gaat hier om de Nederlanders van de toekomst.’
Verboom sprak de wens uit om de minimale leeftijd voor alcoholconsumptie naar 18 te verhogen. ‘Er is geen enkele wetenschappelijke basis voor 16 jaar. Je hersenen ontwikkelen zich tot je vierentwintigste jaar, weten we nu. Daarom kun je het drinken van alcohol het best zo lang mogelijk uitstellen.’

Agressieve jongeren
Frank Gouwenberg had een presentatie voorbereid over zijn ervaringen als politieman met drinkende jongeren. Hij liet een filmpje zien dat op internet circuleert, waarin te zien is hoe een collega in Schagen te maken heeft met een groep agressieve jongeren die op straat hangen. Gouwenberg: ‘Is alcohol een probleem? Op zich niet. Maar te veel alcohol is dat wel. Daardoor ontstaan problemen. Deze jongeren stonden met twee kratten bier op straat.’
Volgens Van Gouwenberg wordt in dergelijke groepen jongeren het op jonge leeftijd alcohol drinken gestimuleerd. ‘Binnen zo’n groep heb je grote leeftijdsverschillen. Variërend van twaalf tot ouder dan twintig. Zo gebeurt het dat een jongen van twaalf een veel ouder iemand ziet drinken en denkt: cool, dat ga ik ook doen. En dan hoeft hij het ook nog niet eens zelf te kopen.’
Ook Van Gouwenberg ziet een belangrijke rol voor de ouders. ‘Ik zie kinderen van 13, 14 jaar op straat en denk dan: moeten die niet gewoon in bed liggen? Daarom hebben we bij ons in de regio ook het project ‘Wakkere Ouders’. Als wij ’s nachts een jongen bij ons op het bureau hebben zitten, bellen we zijn ouders om hem op te komen halen. Het gaat om bewustwording, zodat we in de toekomst betere resultaten krijgen.’

Schouder aan schouder
In zijn afrondend woord, voordat werd overgegaan tot de ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst zei minister Opstelten onder de indruk te zijn van de presentaties. ‘Ik vind het fantastisch wat jullie hier doen, ik zou willen dat het overal zo ging. Het alcoholgebruik onder jongeren is uit de hand gelopen. We moeten daar grenzen in trekken. Het is goed om te zien wat voor belangrijk werk de gemeenten hier doen. Ik ben er een voorstander van de regie bij het aanpakken van deze problematiek bij het lokale bestuur te houden. We moeten gezamenlijk zorgen dat we verbetering krijgen. Schouder aan schouder.’