|
|
Minister Ter Horst en gemeenten West-Friesland tekenen vervolgconvenant jeugd en alcoholLinks: minister Ter Horst, rechts: burgemeester Van Veldhuizen Op donderdag 25 juni hebben de tien West-Friese gemeenten en minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) een samenwerkingsovereenkomst getekend over de aanpak van Jeugd en Alcohol. De overeenkomst is een vervolg op het convenant van 2007. Daarin zijn afspraken gemaakt over het verminderen van het alcoholgebruik door jongeren en de overlast door alcohol. De afspraken krijgen nu een vervolg.
Onderdeel van de samenwerkingsovereenkomst is het instellen van praktijkteams die kennis en expertise leveren aan gemeenten. Dan moet gedacht worden aan vertegenwoordigers van de verschillende ministeries, thema-experts, wetenschappers en landelijke organisaties op het gebied van alcohol en veiligheid. De West-Friese gemeenten op hun beurt delen hun kennis met rijk en andere gemeenten door deel te nemen in praktijkteams voor andere regio’s. Toezicht Verder zijn afspraken gemaakt over lokaal en regionaal toezicht op de naleving van de Drank- en Horecawet. Binnenlandse Zaken en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en sport spannen zich in om de proef met lokale toezichthouders te verlengen en uit te breiden naar alle West-Friese gemeenten. In deze proef, met nu alleen nog de gemeenten Hoorn en Enkhuizen, nemen gemeentelijke toezichthouders de taken van de Voedsel en Warenautoriteit over. De gemeenten op hun beurt bedenken een model voor regionaal toezicht. De overeenkomst voorziet ook in afspraken over het aanbieden door gemeenten van de training “Bar Veilig” voor horecapersoneel. Op basis van een werkplan kunnen de West-Friese gemeenten subsidie aanvragen bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Op de agenda Burgemeester Onno van Veldhuizen, voorzitter van de stuurgroep Jeugd, Alcohol en Drugs West-Friesland ondertekende het vervolgconvenant namens de tien gemeenten. Hij noemde het noodzakelijk dat de samenwerking met Den Haag wordt versterkt en verlengd, omdat de aanpak nog maar net is begonnen en de problemen niet in enkele jaren zijn opgelost. Hij constateerde dat het probleem hoog op de politieke en maatschappelijke agenda staat en dat er in West-Friesland draagvlak is voor verandering. “West-Friezen willen dat er minder wordt gedronken. Zij willen daarbij helpen maar ook geholpen worden.” Knelpunten Van Veldhuizen vroeg in het bijzonder aandacht voor enkele knelpunten. Zo worden de komende vier jaar 1.200 mensen die met jeugd werken getraind. Zij leren de signalen te herkennen van psychische problemen en/of alcohol en drugs. Voor hen is er een apart meldpunt, maar er is nu al gebrek aan mensen en middelen. Een kwestie die met spoed moet worden opgelost. “De jongeren die hier worden aangemeld zijn kwetsbare groep, die zo vroeg mogelijk geholpen moet worden om grote persoonlijke en maatschappelijke schade te voorkomen”. Een ander knelpunt is de handhaving van de regels. Hoorn en Enkhuizen doen nu mee met een landelijke proef, waarbij het toezicht op de Drank- en Horecawet is overgedragen aan gemeentelijke toezichthouders. Dat is nu een wettelijke taak van de Voedsel- en Warenautoriteit. Van de ervaringen tot nog toe zijn de West-Friese bestuurders niet vrolijk geworden. “Door de eisen die aan het proces verbaal worden gesteld, kost het constateren van overtredingen van het verbod om alcohol aan minderjarigen zoveel tijd dat je daarvoor veel andere dingen kunt doen. En met slechts twee toezichthouders ben je in een stad binnen de kortste keren bekend.” Van Veldhuizen pleitte in bijzijn van de minister dan ook voor meer mensen en betere werkwijzen. Ten slotte staat op zijn wensenlijstje meer geld om het verhaal over de gezondheidsrisico’s van alcohol breed uit te dragen, evenals geld voor het uitdragen van het nieuwe uitgaansbeleid per 1 januari 2010. Lees ook de volledige toespraak. |