Ministerie van VWS op werkbezoek bij alcoholpoli

Een kleine maand na het bezoek van minister Opstelten van Veiligheid en Justitie, ontving het Westfriesgasthuis op 8 april opnieuw bezoek uit Den Haag. Paul Huijts, directeur-generaal van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), legde een werkbezoek af in het kader van het project Jeugd, Alcohol en Drugs. Algemene constatering: in ‘West-Frisland’ is al veel bereikt, maar we zijn er nog niet. Burgemeester Theo van Eijk van Medemblik: ‘We moeten dit verhaal blijven vertellen.’
 
Arjen Verboom, kinderarts en coördinator van de polikliniek jeugd en alcohol van het Westfriesgasthuis, leidde de bijeenkomst. Veel van de aanwezigen maken soms van zeer dichtbij de gevolgen van drugs- en/of alcoholgebruik door jongeren mee. Thijs Proper bijvoorbeeld, teamleider Ambulancezorg van de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord. ‘We merken dat jongeren veel met drank experimenteren, ook heel jonge kinderen. Vaak treffen we ze aan in de buurt van het uitgaansgebied, maar ook thuis. En qua tijdstip variërend van vroeg in de avond tot diep in de nacht. Er wordt veel sociaal gedronken. Er wordt verwacht dat je meedoet. Veel ouders geven trouwens niet het goede voorbeeld. Bij volwassenen is sociaal drinken geaccepteerd.’
Jos Molenaar, politiechef van West-Friesland, ziet ‘dat er onvoorstelbaar veel gedronken wordt’. Hij refereerde aan zijn eigen jeugd om het probleem te verklaren. ‘Ik kom zelf uit West-Friesland en toen ik 14 jaar was, kreeg ik huiswerkvrij als er kermis in het dorp was. En niet omdat ik in de draaimolen moest. Je moet maar eens kijken bij kermisborrels. Dan komt er echt een vrachtwagen met bier voorrijden.’
 
Cijfers vergelijken
Volgens Verboom zijn de cijfers van jongeren die in het ziekenhuis belanden, slechts het topje van de ijsberg. ‘We zien bijvoorbeeld in de cijfers geen relatie tussen kermissen en het aantal opnames, doordat veel drinken tijdens de kermis als normaal wordt gezien. Die jongeren worden gewoon naar huis gebracht.’ Hij kreeg bijval van Martin Smeekes, directeur Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) en Ambulancezorg in de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord: ‘Door onze cijfers, die van het ziekenhuis en de gedragsgegevens van de GGD op elkaar te leggen, ontstaat een vollediger beeld.’
 
Streng maar vriendelijk
Marjolijn Visser, senior verpleegkundige kind & jeugd, merkt dat jongeren heel verschillend reageren als ze weer aanspreekbaar zijn in het ziekenhuis. ‘Sommigen zijn beschaamd, anderen doen juist stoer.’ Ook Gwen van den Heuvel, pedagogisch medewerker, kiest voor een benadering die zowel ‘streng’ als empathisch is. ‘Ik moet wel vertrouwen wekken. Ik neem het eerste contact met de ouders voor mijn rekening. De kinderen vinden dat fijn. Zij zijn overigens heel eerlijk over hun drinkgedrag. Dat merk ik bij het afnemen van de test op de website www.watdrinkjij.nl.’
 
Kinderen met drank- of drugsprobleem
Theo Beemsterboer was aanwezig namens Ouders in Gesprek, de organisatie van ouders in Drechterland die kinderen hebben met een drank- of drugsprobleem. In de Stichting zitten mensen die ervaringsdeskundig zijn. Het doel is om ouders met elkaar in contact te brengen, ervaringen uit te wisselen en ondersteuning te vinden. Zij bieden een luisterend oor. In de afgelopen jaren dat de Stichting actief is, is gebleken dat hier behoefte aan is. Daar waar mogelijk verwijst de Stichting naar de hulpverlening.
‘Onze zoon kwam vrij snel na de overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs in aanraking met verdovende middelen en heeft daar zijn toevlucht in gezocht. Door zijn verslaving was hij niet meer aan te sturen. Overwicht krijg je niet meer, maar van Brijder Verslavingszorg kregen we tips waarmee we wel weer terrein konden terugwinnen. Ouders moeten hun leven weer terugkrijgen, door te leren hoe met hun verslaafde kind om te gaan. Daar willen wij andere ouders bij helpen.’
Nico Plug, directeur GGD Hollands Noorden: ‘Je ziet hier een voorbeeld waarin onderwijs een belangrijke rol speelt. Het is belangrijk om daar bepaalde ontwikkelingen bij jongeren vroegtijdig te signaleren, zodat je op dat moment al hulpverlening in kan zetten.’
 
Onderwijs en sport
Dat er in het onderwijs veel te winnen valt, daar leek iedereen het wel over eens. Met name in het voortgezet onderwijs, bleek uit de ervaringen. Wat Verboom betreft worden scholen meer aangesproken op hun verantwoordelijkheid. ‘Alcohol beïnvloedt de cognitieve ontwikkeling van kinderen en dat is de basis van onderwijs.’
De aanwezigen gaven aan ook kansen in sport te zien. Marianne Frieling, sociaal- psychiatrisch verpleegkundige van GGZ Noord-Holland Noord: ‘Ik merk dat fanatiek sporten een reden kan zijn om niet of weinig te drinken. De prestaties lijden onder drankgebruik.’ Smeekes: ‘En als sportclubs afspreken dat de spelers van het eerste team na de wedstrijd geen alcohol drinken, geven ze de jongeren het goede voorbeeld. Die denken: dat is cool.’
 
Doorgaan
Theo van Eijk, burgemeester van Medemblik, toonde zich strijdvaardig over de toekomst van het project Jeugd, Alcohol en Drugs. ‘In de leeftijdscategorie tot 16 jaar boeken we goede resultaten. Ik merk wel dat de publieke opinie ons niet altijd even gunstig gezind is, als gevolg van bijvoorbeeld de maatregelen op het gebied van uiterste toegangstijden voor uitgaan, maar we moeten dit verhaal toch elke keer weer blijven vertellen. Tegen het ministerie van VWS zeg ik: verhoog de minimumleeftijd voor alcoholverkoop naar 18 jaar. Dat heeft niet alleen voordelen voor de gezondheid, maar kijk bijvoorbeeld ook naar de openbare orde.’
Simon Dijkstra, projectleider, viel Van Eijk bij: ‘Uit ons onderzoek blijkt 60 procent van de mensen voor een verhoging van de minimumleeftijd naar 18 jaar. In een onderzoek van het tv-programma Rondom 10 was dit zelfs 80 procent.’
Paul Huijts (directeur-generaal van het ministerie van VWS) constateerde een tegenstelling op dit punt: ‘Maar ouders blijken in de praktijk toch tolerant.’ Volgens Dijkstra komt dat doordat ze de gevolgen van drinken niet goed kennen. ‘Van de ouders hier in de regio vond aanvankelijk 75 procent van de ouders het niet zo erg dat hun kinderen dronken, nu is dat nog maar 37 procent.’ Frieling benadrukte nog maar eens het belang van de rol die ouders hebben en de ondersteuning die zij daarbij wel kunnen gebruiken. ‘De schouders onder de ouders, zeg ik altijd!’
 
Overtuigen
Dijkstra kaartte het promoten van drankgebruik door bijvoorbeeld bierbrouwers aan. Huijts: ‘Het lijkt me goed om te proberen tot een gedragscode te komen, maar ik denk dat je niet alleen een moraalverhaal moet houden. Je moet ook oog hebben voor de belangen van zulke bedrijven. Dus niet alleen met het opgeheven vingertje staan, maar proberen te overtuigen.’
Vlak voor het einde van de bijeenkomst werden er meteen spijkers met koppen geslagen. Gea Breebaart, beleidsmedewerker gezondheidsbevordering van GGD Hollands Noorden en Jos Molenaar gaan praten over een kanskaart die de mogelijkheid biedt om in geval van een alcoholgerelateerde overtreding een leertraject te volgen in plaats van een boete van de politie te krijgen. Breebaart: ‘Ik bel je komende week.’